vrijdag 30 januari 2015

Cruciale weeffout in het consignment model van V&D



V&D registreert niet hoeveel producten in welke kleuren en maten er in haar winkels op voorraad zijn. De oorzaak daarvan is dat V&D in de door haar eenzijdig afgedwongen EDI Policy met haar consignmenthouders verzuimd heeft om de elektronische pakbon (DESADV) te implementeren. V&D heeft inmiddels ruim 4 duizend shop-in-shops van A-merken, welke in haar 63 winkels merendeels op basis van consignment geĆ«xploiteerd worden. Op zich is dat een hele mooie prestatie, voortkomend uit een juiste strategie. Gevolg van het niet vastleggen van deze voorraden is echter dat niemand de voorraad voor deze shop-in-shops goed aan kan sturen; een cruciale weeffout derhalve. Retail zonder nauwkeurig voorraadbeheer in fashion is namelijk 'killing'. En aangezien V&D, naar eigen zeggen, de snelst groeiende mode retailer in Nederland is, kan je wel nagaan hoe groot de impact van dit probleem is. Saillant detail: dit probleem is relatief makkelijk op te lossen ... Laten we hopen dat het V&D alsnog kan helpen om uit de problemen te geraken; of anders tenminste een eye-opener kan zijn voor degenen die met consignment te maken hebben of daarmee nog in aanraking gaan komen. 

Kort door de bocht zou je kunnen redeneren dat het niet erg is dat V&D die voorraden niet registreert, omdat de consignmentgoederen in eigendom zijn van de merken en de voorraadhoogte daarvan derhalve niet de verantwoordelijkheid is van V&D. Maar niets is minder waar.
Laten we daartoe eerst duidelijk hebben wat de belangrijkste kenmerken zijn van een consignment model: 
  • het eigendom van de goederen ligt bij het merk, 
  • het merk stuurt de replenishment aan, 
  • er is geen personeel van het merk op de winkelvloer aanwezig (in tegenstelling tot het concession model dat we meer bij bijvoorbeeld de Bijenkorf zien),
  • de via de kassa van de retailer gerealiseerde verkoopwaarde (dus na aftrek van afprijzingen en kortingen) wordt volgens een vooraf overeengekomen percentage verdeeld tussen de retailer en het merk. 
Het merk weet uiteraard wel wat zij initieel levert aan V&D en ook welke producten aan de consument verkocht zijn, tegen welke prijs, op welke datum en in welke winkel (SLSRPT). Het merk weet echter niet wat er gestolen is en ook niet welke producten door de consument geretourneerd zijn in wellicht een ander filiaal en welke producten ergens nog op een magazijnlocatie van V&D liggen. De productowners die de voorraad moeten sturen kunnen dat daardoor niet nauwkeurig doen. In fashion is dat cruciaal omdat de sturing van de meeste artikelen plaats dient te vinden op filiaalniveau in losse stuks per kleur en per maat. Een onnauwkeurig voorraadbeheer leidt tot meer nee-verkopen, hogere afprijzingen en een minder hoge omloopsnelheid; in-the-end derhalve tot een lager rendement. En wie zijn daar de dupe van: in de eerste plaats de consument (vaker misgrijpen), maar ook het merk (minder verkopen) en meer nog V&D zelf (een slechter rendement). 

Ruim 10 jaar geleden is V&D begonnen met de invoering van consignment met de eerste modemerken. Toen is de weeffout gemaakt door alleen de EDI berichten PRICAT (productdata van merk naar V&D) en SLSRPT (omzetdetails van V&D naar de merken) te implementeren. Zoals eerder gezegd is daarbij verzuimd om aan de hand van een elektronische pakbon (DESADV) per levering van merk aan V&D de voorraad op artikel/kleur/maat-niveau in te boeken. Dat zal alsnog dienen te gebeuren, met ook gebruik making van SSCC-codes om tot een effectief en bewezen crossdock model te kunnen komen (http://fashionedi.blogspot.nl/2013/05/desadv-voor-logistieke-sturing-en.html). Die voorraadvastlegging vindt nauwkeurig (per filiaal, per kleur en per maat) en vanwege EDI ook handsfree plaats (V&D hoeft niets in te boeken; dat kan het systeem automatisch doen). Doel daarvan is dat V&D periodiek een nauwkeurige, actuele voorraadstand per SKU, per filiaal (INVRPT) aan het betreffende merk kan overleggen. In zo’n INVRPT zijn interfiliaalleveringen, als ook retouren die door een consument in ander filiaal zijn geruild, maar ook de uitkomsten van een periodiek noodzakelijke inventarisatie (minimaal twee keer per jaar) goed verwerkt. Zo een INVRPT dient bij voorkeur wekelijks, in de nacht van zondag op maandag bij het merk aangeleverd te worden. Daarmee kan het EDI en ERP systeem van die leverancier op maandag wel een optimale herbevoorrading per filiaal op artikel/kleur/maat-niveau faciliteren. Zowel de consument, het merk als ook V&D worden daar beduidend beter van. 

Andere succesvolle Europese fashion retailers met consignment hanteren wel PRICAT, DESADV, SLSRPT en INVRPT. Implementatie daarvan in fashion is met eBiss in combinatie met eGate overigens goed te doen. 

In eerdere blogs besproken alternatieven voor een lousy consignment model zijn het concession model (met personeel van het merk, waardoor er een betere afstemming en controle plaats kan vinden) en het succesvolle vendor managed inventory model, dat veel meer op win-win-win gebaseerd is (B2B2C).