woensdag 12 november 2014

Pragmatisch (deel2): standaard kleurcodering voor kleding en sport: S2K Colour Code Table

In fashion is er altijd veel te doen geweest over kleuren en kleurcoderingen. In dit blog een pleidooi aan het adres van leveranciers om in hun PRICAT-berichten voortaan (ook) een standaard kleurcodering mee te geven aan elk van hun artikelen. Daarmee wordt verderop in de keten enorm veel tijd en ellende bespaard. 
Hoeveel kleuren zijn er eigenlijk?
Het aantal kleuren dat door leveranciers aan artikelen wordt toegekend is oneindig veel. De naamgeving van al die kleuren wordt beperkt door de grenzen van de fantasie. De naamgeving door verschillende leveranciers aan eenzelfde kleur verschilt nagenoeg altijd aangezien de designers de neiging hebben om al hun kleuren een mooie fancy naam mee te geven. 

Al die verschillende kleuren en hun fantasievolle namen komen bij een multibrand retailer terecht in een nog meer verwarrende brei, aangezien de retailer kleuren doorkrijgt van niet 1, maar van vele leveranciers.  


De meeste leveranciers hanteren een leverancierskleurcode die zij zelf bedacht hebben. Daarmee houden zij de interne kleurenchaos binnen de perken, hoewel er ook nog leveranciers zijn die de kleurvarianten bij elke style onwillekeurig een kleurnummer geven van 1 tot n. Daarmee kan kleurnummer 2 bij de ene style rood zijn en kleurnummer 2 van een andere style blauw ... Maar ook al houdt een leverancier een consistente interne kleurcodering aan, dan nog is het een chaos voor de multibrand retailer. 


Met de steeds verdere invoering van EDI groeit de wens van retailers om de productdata op een geautomatiseerde manier in hun voorraad- en POS-systeem op te kunnen nemen. Dat kan op verschillende manieren; met elk hun eigen nadelen:


Manier 1: De retailer hanteert geen eigen kleurcodes meer, maar neemt de kleurcode van de leverancier over. Lekker handig en snel, echter:
·         gelijke kleurcodes van artikelen die van verschillende leveranciers afkomstig zijn, kunnen een geheel andere kleur aanduiden;
·         de retailer kan zijn artikel rapportages over leveranciers heen, niet meer per kleurgroep uitsplitsen (met andere woorden: de gehanteerde kleurcodes hebben voor hem geen betekenis meer);
·         de meeste retail voorraadsystemen vereisen een overall kleurcodering en kunnen daardoor niet overweg met het simpelweg overnemen van de leverancierskleur.

Manier 2: De retailer codeert handmatig elk artikel naar zijn eigen kleurtabel.
·         dat kost de retailer enorm veel tijd en geld en leidt ook nog eens tot vertraging. 
Manier 3: De retailer richt per leverancier een kleurvertaaltabel in: van leverancierskleur naar zijn eigen kleurcode. Best handig en in de praktijk veel toegepast, echter:
·         lastig in beheer: per leverancier dient er een vertaaltabel ingericht en onderhouden te worden;
·         als de leverancier per seizoen met nieuwe kleuren gaat werken levert dat een aanzienlijke extra belasting voor de retailer op;
·         als de leverancier aan elke style een nieuwe kleurcodering toekent, dan werkt deze methode niet.

Veel en veel handiger is het als leveranciers naast hun eigen grappen en grollen met betrekking tot kleurcoderingen en kleurnaamgevingen, ook een standaard kleurcode meegeven aan elke style in elke kleurvariant. 

Maar welke standaard kleurcodering te gebruiken dan?
·         Pantone: dat zijn duizenden nuanceringen in kleuren. Goed voor design en productie-aansturing, omdat daarmee een exacte kleur aangegeven kan worden, maar niet werkbaar binnen het voorraadsysteem van de retailer.
·         NRF colour code: de gangbare kleurenstandaard in het Amerikaanse retailkanaal, maar veel te uitgebreid en daardoor nooit voet aan de grond gekregen in Europa.
·         WWS Colour  Code van Pranke.com: goed qua opbouw met twee posities voor de hoofdkleur, twee posities voor een subkleur en een vijfde positie voor het type dessin, maar moeilijk toepasbaar in de praktijk, waardoor ook voor deze codering geen breed draagvlak ontstaan is.    
WWS Colour Table (Pranke)
De te hanteren standaard kleurcodering moet volgens mij vooral eenvoudig en eenduidig zijn. De door ANWR-Garant Nederland voor Sport2000 opgestelde en onder haar leveranciers verspreide 2-cijferige kleurcodering met 17 varianten is in mijn ogen een dusdanig goed geslaagde opzet dat we die als de nieuwe standaard voor kleding en sport zouden moeten aanmerken.

S2K Colour Codes

Naar mate meer fashion- en sportleveranciers in hun PRICAT als kenmerk bij elk item ook een S2K Colour Code meegeven (Sector Colour Code), dan wordt de problematiek rondom kleurcoderen aan de kant van de retailers veel makkelijker. De impact daarvan is dermate hoog dat het gehele proces van elektronische data-uitwisseling in de mode- en sportmarkt daarmee in een stroomversnelling kan komen. 

Onderschrijving van deze oproep aan leveranciers door individuele retailers, software huizen, consultants, branche organisaties maar ook leveranciers zelf en overige betrokkenen, zal bijdragen aan het komen tot een breder geaccepteerde standaard kleurencodering (S2K) en daarmee aan meer efficiency in de mode- en sportmarkt. Laat daartoe uw reactie achter op deze blog. Die reactie kan een simpel EENS of ONEENS zijn. 

donderdag 30 oktober 2014

Pragmatisch (deel 1): standaard artikelgroepen (kleding, schoenen, sport)

Een goede onderverdeling van het assortiment in artikelgroepen is van belang voor praktische handelingen in het retailkanaal. Denk daarbij aan budgetteren, afprijzen en management rapportages.

Steeds meer retailers halen hun productdata elektronisch binnen via het zogeheten PRICAT bericht. Als een leverancier daarin geen standaard artikelgroepcodering opneemt, dan leidt dat tot vertraging en een grotere foutkans bij het verwerken van de grote hoeveelheid product data in het voorraadsysteem van de retailer.

Bij het ontbreken van een standaard artikelgroepcode moet de retailer zijn eigen artikelgroepcode steeds weer koppelen, dan wel per leverancier een vertaaltabel inrichten en beheren. Het grote voordeel van een breed gedragen standaard artikelgroepcodering is dat de retailer met slechts 1 of in ieder geval veel minder vertaaltabellen de binnenkomende productdata vanuit verschillende bronnen (lees leveranciers) eenduidig en geautomatiseerd kan verwerken. In dat geval heeft de retailer 1 hoofdvertaaltabel: van de standaard artikelgroepcodering naar zijn eigen codering.

In Europa zijn er pragmatische artikelgroepcoderingen in omloop. Met name in kleding en sport worden die coderingen inmiddels door vele leveranciers in hun PRICAT meegegeven. Per branche zijn dat echter wel andere standaarden:

DTB artikelgroepcodering voor kleding:
Selectie van de DTB-codetabel

DTB staat voor 
Dialog Textil-Bekleidung hetgeen een samenwerkingsverband is van Duitse fashionleveranciers. De DTB-codering is een 6-cijferige code, opgebouwd uit 3 hoofdsegmenten (11xxxx voor Heren, 12xxxx voor Dames en 13xxxx voor Kinderen) met elk een een onderverdeling in hoofdgroepen en subgroepen. Totaal bestaat de DTB tabel uit ruim 600 verschillende codes.
De DTB artikelgroepcodering wordt inmiddels door vele (ook niet-Duitse) merken toegepast, waaronder: Tommy Hilfiger, G-Star, PME, Garcia, State of Art, Marie Jo, Vanguard, PrimaDonna, Profuomo, VeroModa, Outfitters Nation, Only, Esprit, Mexx, etc.   
Een overzicht van alle DTB-coderingen is te downloaden via de download pagina van FashionUnited eBusiness. 

Tip voor kledingleveranciers: lever per EAN-code altijd de bijbehorende 6-cijferige DTB-code mee in de PRICAT.  

FEDAS artikelgroepcodering voor sport:

FEDAS is een Europese organisatie waar vele belangenbehartigers van de sportbrache bij zijn aangesloten. De FEDAS artikelgroepcodering beslaat ruim 7 duizend verschillende codes van elk 6 cijfers. De eerste positie geeft een hoofdverdeling van de soort artikelgroepen weer: 1=hardwaren / 2=kleding en textiel / 3=schoenen. Positie 2 en 3 geven de tak van sport aan (x15xxx = zwemmen). De laatste 3 posities specificeren de verdere onderverdeling. Voorbeelden:
  • 115944: duikbril voor heren
  • 215664: zwembermuda voor heren
  • 215671: zwembroek voor heren
  • 215991: badlaken / handdoek
  • 315933: zwemvliezen voor kinderen
FEDAS-coderingen worden gebruikt en ondersteund door vele partijen in de sportbranche, waaronder Adidas, Nike, Hummel, Protest, Brabo, Sinner, Sport2000, Intersport, Topshelf en InRetail. De codes zijn online op te zoeken op de website van FEDAS en te downloaden voor leden. 

Tip voor sportleveranciers: lever per EAN-code altijd de bijbehorende 6-cijferige FEDAS-code mee in de PRICAT 

EAS artikelgroepcodering voor schoenen

EAS staat voor Eenheid Artikel Systeem, dan wel European Article System voor de schoenenbranche en is opzet door een samenwerking van ANWR, Garant, BDSE, HDS, Rexor en Sabu. De eerste positie van deze 3-cijferige artikelgroepcodering geeft de hoofdgroep aan: 
Selectie van de EAS-codetabel
  • 0xx: vrij
  • 1xx: herenschoen
  • 2xx: damesschoen
  • 3xx: schoen voor kleine kinderen
  • 4xx: schoen voor grote kinderen 
  • 5xx: pantoffel
  • 6xx: tassen en andere lederwaren
  • 7xx: sport kleding
  • 8xx: sport schoenen
  • 9xx: sport hardwaren
De tweede positie geeft de schoensoort aan (voorbeeld: veterschoen) en de derde positie geeft een aanvullende kenmerk mee (voorbeeld: gladde zool).
De detailinformatie over toepassing van de EAS en alle varianten is te vinden via deze link.

Tip voor schoenenleveranciers: lever per EAN-code altijd de bijbehorende 3-cijferige EAS-code mee in de PRICAT 

Leveranciers dienen te kijken naar de branches van hun afnemer (kleding, schoenen en/of sport) om te bepalen welke van de genoemde drie standaard artikelgroepcodering(en) zij het beste mee kunnen geven in hun PRICAT als atribuut van de EAN-codes.

Selectie van de GPC-codetabel
GS1 schrijft de GPC (Global Product Code) voor als wereldwijde standaard artikelgroepcodering voor elektronische berichtenuitwisseling. Het GPC codesysteem is ontwikkeld voor alle productgroepen van alle branches en opgebouwd uit een combinatie van Segments, Families, Classes, Bricks en Attributes. In de praktijk van de fashion branche in Europa komen we deze classificatie niet of nauwelijks tegen. GPC is zeer gestructureerd en voor alle branches inzetbaar, maar daardoor behoorlijk complex en praktisch niet goed toepasbaar voor fashion en mode retailers (zie het voorbeeld hiernaast).  

De Amerikanen hebben hun eigen nationale codering (NRF), welke we in Europa niet veel tegenkomen. 

Note: geen enkele standaard is perfect voor iedereen en alles is voor verbetering vatbaar. Maar het mooie van elke standaard is dat meerdere partijen zich daaraan gecommitteerd hebben en de standaard daardoor een breder draagvlak heeft verworven en niet zo snel meer zal wijzigen, hetgeen wel zo prettig is in het beheer!





maandag 6 januari 2014

VOC 2.0 als Nederlands antwoord op disruptie

Vier maanden geleden ben ik door toevallige omstandigheden aan de Oostelijke Handelskade komen wonen en geïnspireerd geraakt door het Oostelijk Havengebied, de geschiedenis van Amsterdam in het algemeen en in de Verenigde Oost-indische Company in het bijzonder. Het ontstaan van de VOC; dat was nog eens een staaltje van Change in Business. Wat als we het spreekwoord l’histoire se repete hierop van toepassing kunnen laten worden?

Mijn inspiratie is gebaseerd op een in 2013 verschenen boek over de rijke geschiedenis van onze hoofdstad, geschreven door de Amerikaanse Amsterdammer Russel Shorto: ‘AMSTERDAM, geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld’ en op een bezoek op uitnodiging van de gemeente Amsterdam aan het Oostenburgereiland, de laatste plek in het centrum die nog herontwikkeld dient te worden. Op dit binnendijkse eiland zijn in de 17de eeuw ruim vijfhonderd VOC-schepen gebouwd. Vanuit ons appartement had ik de masten boven de dijk moeten kunnen zien groeien en krioelen. Mijn inspiratie werd nog verder versterkt door de momenteel lopende expositie in het Amsterdam Museum: ‘AMSTERDAM DNA, een 1.000 jaar oude, waterrijke stad waarbij Ondernemerschap, Creativiteit, Burgerschap en Vrijdenken als kernwaarden multi-visueel uitgediept worden’.

voc1

Uit het verlangen van de Amsterdammers in de 17de eeuw om de grote uitdagingen aan te grijpen en de risico´s te spreiden kwam de eerste effectenbeurs en de eerste multinationale onderneming ter wereld voort: de VOC. Voor Amsterdam en haar multiculturele inwoners leidde de gemeenschappelijke drang om samen te werken tot ongekende, schitterende successen en vooruitgang, hetgeen we later de Gouden Eeuw van de Republiek der Nederlanden zijn gaan noemen.

In een recent gesprek in het Lloyd Hotel met de programmaleiders van de expertgroep supply chain van het initiatief Shopping2020.nl, kwamen we tot de conclusie dat er een grote economische voortuitgang te boeken zou zijn wanneer bedrijven optimaal  samen zouden werken. De individuele belangen vormen daartoe echter de bottleneck. Onze voorvaderen uit de 17de eeuw hebben het gezamenlijk belang boven het individueel belang weten te stellen en hebben daarmee ons land vanuit een achterstandspositie een wereldwijd leidende positie weten te geven. Hoe kunnen we dit principe toepassen op onze huidige economisch mindere situatie, waarbij we ook mondiaal gezien langs alle kanten voorbij gestreefd worden? Door het oprichten van de VOC 2.0

Stel je voor: geen tegenstrijdige individuele belangen meer, maar een gezamenlijk belang en een daaruit voorvloeiende gezamenlijke megapower om met Nederland als vrijdenker voorop, uiteindelijk heel Europa met al haar kennis, ervaring, ondernemerschap en historie weer een leidende rol in de wereld te laten spelen. Als toonbeeld van transformatie van oude naar nieuwe economie, waarbij talent met passie en gedrevenheid de ruimte krijgt. De VOC 2.0 is een nieuwe rechtsvorm waar bestaande bedrijven in ondergebracht worden zodat er sectorgewijs direct gewerkt kan worden aan bedrijfsoverstijgende optimalisatie en innovatie processen. We gaan de concurrentie niet langer direct met elkaar aan, maar we gaan de sectoren verrijken en versterken door puur en alleen vanuit het gezamenlijk belang te denken en te handelen.  


Laten we als voorbeeld de fashionsector nemen, een sector waarin structurele problemen bestaan en de buitenlandse opkomers, als Primark, Zara en H&M, een steeds belangrijkere rol spelen. De merken en de retailers in kleding, sport en schoenen, maar ook alle tussenschakels als transportbedrijven, veredelingsbedrijven, de brancheverenigingen, de retail service organisaties, IT-bedrijven en zelfs nationale banken, havens, opleidingsinstituten en vastgoedpartijen kunnen allen hun organisatie(deel) inbrengen in de Verenigde Fashion Company (de VFC) tegen een vergoeding c.q. aandeel dat in verhouding staat tot hun inbreng.

Het aantal transportbewegingen vanuit het verre oosten naar Europa, in Europa, binnen Nederland en in de binnensteden tot in de winkelstraat kunnen drastisch verlaagd worden, de beladingsgraden zullen veel hoger worden en de CO2 uitstoot zal drastisch afnemen. Niet alleen de kosten in de keten zullen drastisch afnemen, maar ook de time to market zal gigantisch verbeteren. In deze situatie zal innovatie hoogtij vieren en wordt de overall marge vele malen groter (en/of de kosten lager) dan de optelsom van de individuele resultaten. De winkelpanden worden veel efficiënter benut en de winkelstraten worden weer aantrekkelijk. Online en offline worden optimaal geïntegreerd en gecombineerd. Op basis van standaarden en gedeelde kennis worden de informatiestromen intelligent met elkaar verbonden. De inzet van personeel en mankracht kan optimaal ingezet en verdeeld worden. Het elimineren van over- en ondercapaciteiten en het combineren van overhead functies leidt tot een gigantische reductie van kosten. Nederland neemt als dan inmiddels een koploperspositie in binnen de internationale fashion sector. Organisaties uit andere landen willen zich hier ook bij aansluiten, waardoor een vliegwiel ontstaat dat als een olievlekwerking ook andere sectoren mobiliseert richting regie vanuit een gezamenlijk belang.

Het centrale hart van de VFC wordt net als dat van onder meer de Verenigde Automotive Company (de VAC) en de Verenigde Chemische Company (de VCC) op het voormalig terrein van de VOC op het Oostenburgereiland in Amsterdam gevestigd (daar waar nu fashion designer Hans Ubbink al zit). In de herontwikkelde Van Gendthallen komen in plaats van destijds nationale scheepswerven en locomotiefbouwers nu de ketenregisseurs van VOC 2.0 te zitten. Zij regisseren de gehele keten op basis van efficiency vanuit het gezamenlijk belang van alle stakeholders, maar bewaken en stimuleren ook de veelzijdigheid van het aanbod richting de consument. Overall beleid en overall aansturing dus, maar met behoud van het individueel belang. Toen Amsterdam in de vroeg 17de eeuw een leidende rol nam in het ontwikkelen van het liberalisme (in de betekenis van het ruime principe van individuele vrijheid) bleek er een voortdurende wisselwerking plaats te kunnen vinden tussen de samenleving en het individu, wat leidde tot een nieuwe balans. Daarmee groeide deze Change in Business van de 17de eeuw uiteindelijk uit tot de Gouden Eeuw.

Be inspired to change! 

zondag 9 juni 2013

Subb7 als antwoord op een 'disruptive fashion market'

Dat de fashionmarkt niet meer werkt zoals in het verleden, dat hebben we al geconstateerd in het blog van 6 april jl. Maar dat er een hypersmart fashion platform aan zit te komen als antwoord op die verstoorde markt; dat zal voor menigeen nieuw zijn. Subb7 brengt de fashionmarkt langs drie assen samen in een platform waarin de consument centraal staat, lost sales voorkomen worden en  afprijzingen gereduceerd worden. Merken en (multi)brand (r)etailers vinden in Subb7 een sterk platform voor exposure, off- en online retail beleving, sales transacties en ‘last but not least’ een mechanisme om echt samen te werken in de keten; als reactie op enerzijds het succes van de verticals en anderzijds de verstoorde markt. 
De drie assen waarlangs Subb7 toegevoegde waarde gaat leveren zijn: 
  1. verticaal: samenwerking tussen merk en retailers
  2. horizontaal: samenwerking tussen retailers onderling
  3. diagonaal: offline en online optimaal combineren 
Als een consument in een winkel staat en een bepaald kleur shirt in een andere maat wil hebben, dan kan de deelnemende retailer dat artikel via Subb7 aan die consument leveren, ook al is die maat bij hem uitverkocht. Eerst wordt door Subb7 gekeken of het artikel bij de leverancier ervan nog op voorraad is. De retailer kan het dan naar keuze in zijn winkel of direct bij de consument thuis laten bezorgen. Het artikel kan desgewenst aan de kassa meteen afgerekend worden. 

Heeft de merkleverancier het betreffende artikel ook niet meer op voorraad dan kijkt Subb7 welke retailer (offline of online) het artikel in de goede kleur en maat nog wel kan leveren en komt er via Subb7 een transactie tot stand tussen de leverende retailer en de verkopende retailer. Iedereen wordt daar beter van; de consument, het merk en de beide retailers. Er wordt een lost sale voorkomen en een potentiële afprijzing vermeden.

De consument kan uiteraard ook zelf inloggen op Subb7; op de bank thuis via een tablet of in de winkel(straat) via zijn smartphone. Beleven wat merken en retailers te bieden hebben, vinden waar wat hij zoekt te verkrijgen is. Naar keuze dichtbij (via GPS), snel, of het goedkoopste; Subb7 weet en faciliteert het allemaal.  
Via data-integratie en data-uitwisseling middels EDI gaat Subb7 de productdata van alle deelnemende merken digitaal en gestructureerd vastleggen met de EAN-artikelcode en barcode als unieke sleutel. De productdata wordt door Subb7 gestandaardiseerd (kleuren, maten) en verrijkt. Ook de foto's per artikel en de commerciële webshop omschrijving worden centraal vastgelegd en gestandaardiseerd. Merken krijgen zodoende via Subb7 vat op hoe hun content bij de consument terecht komt. Multi channel branded retail en marketing derhalve. 

De productdata staat ter beschikking van de gebruikers via Subb7, maar ook voor de retailer om zijn database en kassasysteem in de winkel goed en automatisch te vullen met de EAN-codes van de merken die hij voert. Dat bespaart de retailer een hoop tijd en gedoe. Alle data is namelijk al door Subb7 gestandaardiseerd. 

Retailers die de productdata via Subb7 ook gebruiken voor opname in hun eigen systeem worden geacht hun doorverkoopcijfers dagelijks automatisch bij Subb7 aan te leveren (alles weer op basis van de EAN-code van de leverancier). Subb7 standaardiseert die doorverkoopcijfers en maakt er een benchmark van voor de aanleverende retailer. De deelnemende merken krijgen uiteraard enkel inzicht in de doorverkoop van alleen hun eigen merkartikelen. Zodoende ontstaat een win-win voor elke deelnemer. 

Subb7 legt de voorraad vast per deelnemend merk en per deelnemende retailer. Lost sales en afprijzingen als gevolg van een niet optimale afstemming tussen merken en retailers (het juiste artikel op het juiste moment op de juiste plaats tegen de juiste prijs), kosten de markt per jaar circa 5 miljard Euro in alleen Nederland (zie blog van 2 dec. 2012). Subb7 pretendeert een antwoord te hebben op deze inefficiency van de traditionele fashion markt. Een ding is zeker: het traditionele model werkt niet meer en de verticals hebben een grote voorsprong omdat zij de drie assen van Subb7 in hun eigen model al verenigd hebben. 
Subb7 heeft een global ambition, maar gaat vanuit Amsterdam eerst in Nederland van start. Voor de launch gaan gesprekken plaatsvinden met merken en retailers in het herenmode segment. De mening van wie dan ook is echter meer dan welkom. Laat u horen en geef een initiatief als dit een goede kans; we kunnen er allemaal bij gebaat zijn!




maandag 20 mei 2013

DESADV: voor logistieke sturing en procesoptimalisatie in fashion retail

Weten welke artikelen (met kleur- en maatvarianten) van welk merk voor welke winkel onderweg zijn, kunnen cross-docken, weten welke artikelen in welke zending en in welke doos of op welke pallet zitten, weten hoeveel goederen er vandaag geleverd worden, efficiënter goederen binnen kunnen melden en last but not least: automatisch facturen kunnen afvinken. Stuk voor stuk mogelijkheden voor procesoptimalisatie en kostenbesparing voor een fashionretailer met filialen, die zonder het EDI-bericht DESADV niet of niet efficiënt benut kunnen worden. 

DESADV is de afkorting van DESpatch ADVice; de elektronische variant van een pakbon, oftewel de elektronische pakbon. Het is een EDIFACT bericht voor logistieke sturing en inmiddels niet meer weg te denken in de hedendaagse fashionmarkt.

Middels dit EDI bericht worden de gegevens van een zending overgedragen. In de meest eenvoudige versie (delivery based DESADV) geeft het ERP systeem van de leverancier door aan het ERP systeem van de retailer welke artikelen (EAN-codes, GTIN's) in welke aantallen er onderweg zijn. 

Als de retailer de voorafgaande order per filiaal heeft uitgesplitst, dan kan hij een DESADV per order en per deellevering verwachten. Het voordeel daarvan is dat de retailer de goederen in zijn centraal magazijn niet meer hoeft te sorteren per filiaal. Als de goederen al geprijsd zijn door de leverancier, dan kan in het centraal magazijn van de retailer cross-docking worden toegepast (levering aan een centraal magazijn van de retailer, maar al wel verpakt per filiaal). De leverancier weet daarmee welke goederen voor welk filiaal bestemd zijn en de retailer heeft beduidend minder handelingskosten. 

In de fashionbranche zien we met de invoering van EDI een duidelijke trend van traditioneel bulkleveringen, via cross-dock leveringen naar uiteindelijk ook steeds meer directe leveringen, rechtstreeks aan de filialen. Directe leveringen zien we steeds als eerste worden toegepast voor de NOS artikelen die volgens het 'automated replenishment' principe, periodiek en automatisch via EDI worden bijbesteld. Steeds meer fashionretailers streven naar snelheid en willen hun centraal magazijn overslaan. Deze trend zien we bijvoorbeeld bij Van Vuuren damesmode, Van Uffelen, de Bijenkorf, Hout-Brox, Maison de Bonneterie, Van Oorschot, Topshelf. Leveranciers die hun goederen shop-floor-ready aan kunnen leveren (voorzien van barcode en prijs) bieden daarmee veel toegevoegde waarde voor deze retailers. Dit alles scheelt veel tijd en geld voor de retailer en komt de 'time-to-shopfloor' ten goede, hetgeen ook van belang is voor de leverancier. 

Als er een logistieke dienstverlener (LSP) bij de opslag en het transport is betrokken, dan kan het bericht ook door deze logistieke dienstverlener verstuurd worden (namens de leverancier) naar de retailer. En stuurt de leverancier goederen naar de logistieke dienstverlener, dan kan de leverancier dit aankondigen door zo'n bericht naar de logistieke dienstverlener te sturen. Met de LSP's kunnen er ook nog andere logistieke berichten worden ingezet (IFTMIN en IFTMAN bijvoorbeeld).

De package based DESADV is de meest uitgebreide variant van de elektronische pakbon en wint aan terrein ten opzichte van de delivery based DESADV. In deze uitgebreide variant staan ook gegevens per omverpakking (pallet, doos, krat, stang), zoals de SSCC codes, alle producten (EAN, GTIN) die in die omverpakking zitten, met de daarbij behorende bestemmingsgegevens (voor welke winkel is deze omverpakking bestemd). SSCC staat voor Serial Shipment Container Code en bevat de wereldwijd unieke identificatie van een omverpakking. SSCC-codes zijn in reeksen te verkrijgen bij GS1 en worden op de omverpakking weergegeven in een 18-cijferig getal met een EAN-128 barcode. Daartoe kan het ‘GS1 logistics label’ gebruikt worden:


De delivery based DESADV geeft per SSCC-code aan welke SKU's (EAN, GTIN) in welke aantallen in die omverpakking zitten. In de food markt wordt met de SSCC-code een pallet met allemaal dezelfde artikelen aangeduid. In de fashionmarkt heeft de SSCC-code meestal betrekking op een doos met een variatie van kledingstukken in verschillende modellen, kleuren en maten.

De DESADV kan ook een belangrijke rol spelen bij het vergaand automatiseren van de factuurcontrole. Waar per factuur traditioneel de bijbehorende order opgezocht diende te worden, kan met de inzet van de EDI berichten ORDRSP (inkoopprijs per stuk), DESADAV (feitelijke ontvangst) en INVOIC (hetgeen gefactureerd is) het gehele proces van invoer en controle van de facturen geautomatiseerd worden. Daarover meer in volgend blog over het EDI-bericht INVOIC. 

De voordelen van het EDI-bericht DESADV nog even op een rij:
  • de verzender kondigt de zending aan (kan zelfs tijdstip in worden vermeld);
  • de ontvanger kan gegevens als checken voordat de goederen arriveren (zo nodig al weigeren voordat het transport op pad is);
  • de ontvanger kan processen al voor de ontvangst voorbereiden;
  • cross-docking wordt mogelijk;
  • goederen komen eerder beschikbaar op de winkelvloer (verkorting van de time-to-shopfloor);
  • tracking & tracing komt binnen handbereik (middels SSCC-codes tot op het niveau van de omverpakking);
  • automatische controle van facturen komt binnen handbereik. 

zaterdag 6 april 2013

Help; het model werkt niet meer!?!



De vanzelfsprekendheden uit het (rustige) verleden werken niet meer in het stormachtige heden. De groei is stilgevallen, de handel krimpt, voorraden raken niet of tegen een veel te lage marge verkocht en er worden ook nog eens meer eisen aan de executie gesteld (het wordt alsmaar complexer). De traditionele business modellen waarin het makkelijk geld verdienen was, die werken dus niet meer. Deze situatie is niet nieuw en de oude riante situatie zal zeker niet terugkeren; niet bij beter weer, maar ook niet bij een uit het dal kruipende economie.


We moeten eindelijk wakker worden en ons beseffen dat de structuur van de traditionele modebranche om moet. Juist deze roerige tijd biedt ons de kans om die verandering in een versneld tempo alsnog vorm te geven. 'Alsnog' omdat we al veel te lang op onze lauweren hebben gerust. De verticals zitten al langer in de goede flow, sommige anderen hebben tijdig hun business modellen aan kunnen passen, bij de meesten begint nu pas het besef door te dringen dat er echt veranderd moet worden en de rest is veel te laat en daardoor kansloos. We moeten opnieuw en anders denken over de structuur van onze branche en over de herinrichting van onze business modellen. Daarbij moeten de heilige huisjes volledig losgelaten worden zodat er richting een nieuwe toekomst gestuurd kan gaan worden, waar nadrukkelijk ook plaats is voor de multibrand retailer 'new style'.

Merken en retailers staan daarbij samen ten dienste van de veranderende consument. Gemak en beleving met een grensvervaging tussen online, offline en mobile zijn daarbij belangrijke ingrediënten. Alleen door intelligente inzet van technologie ten behoeve van samenwerking op alle fronten kan de noodzakelijke branchebrede verandering nog tijdig tot stand worden gebracht: zowel verticaal (merken met retailers), als horizontaal (merken onderling en retailers onderling), als ook functioneel (offline, online en mobile).